Bart Heukelom in gesprek met ...
[ Monika Buch ] [ Henk van Bennekum ] [ Wim van Dam ] [ Bertus Mulder ] [ Marijke de Goey ]
![]() |
In het Mondriaanhuis te Amersfoort is tot 17 oktober werk van Monika Buch te zien.
En omdat in de informatie van het Mondriaanhuis duidelijk staat dat in haar werk "wiskunde" op de één of ander wijze een rol speelt, besloten we daarover met haar te gaan spreken. Als je naar haar werk kijkt, valt het op dat enkele patronen steeds naar voren komen. Het eerste dat duidelijk opvalt is dat Monika Buch met een rij van kleurnuances werkt, waarbij die rij steeds sterker wordt of lichter wordt; het is maar van welke kant je het bekijkt. Een voorbeeld is de blauwe kleur die op een eerste vlak (of strook ) nog erg licht is (bijna wit) en bij het volgende vlak steeds blauwer wordt. Alsof bij het eerste vlak één druppeltje blauw aan de witte verf is toegevoegd en bij elke volgende stap weer een extra druppeltje blauwe verf . Dus bij het tiende vlakje gebruikt ze al tien druppeltjes blauw bij de witte verf. Zo ontstaat er bijvoorbeeld een rij van steeds donkere kleuren blauw, waarbij telkens een zeer donkere strook (bijna zwart) de afscheiding is tussen de stroken met blauw. Maar dan wordt er aan zo'n serie stroken een spannend element toegevoegd: de stroken gaan volgens een bepaald patroon draaien of verschuiven waardoor er zeer leuke effecten van "licht en donker" ontstaan. Soms lijkt het wel alsof boven aan een werk een kolom stroken gaat draaien om dan halverwege het schilderij weer "terug te draaien". |
|
Het fascinerende is, dat er dan zomaar "bijverschijnselen" ontstaan die je niet verwacht, bijvoorbeeld twee
aaneengesloten banen die als een soort lichtflitsen door het gehele werk schieten.
Als toeschouwer moet je je denkvermogen er voortdurend bijhouden: hoe zit het nu in elkaar?
Welke patronen zijn er nu door elkaar heen gevlochten?
Maar wat het ook zo boeiend maakt is dat in enkele situaties een bepaald kunstwerk zomaar weer van inhoud kan veranderen. Bekijk je bijvoorbeeld een werk de eerst keer als een "tweedimensionaal verhaal", dan kun je het een volgende keer zien als een "driedimensionaal verhaal" en zie je totaal iets anders dan de eerste keer. Of, anders geschreven: is het nu "hol" of is het "bol"? We hebben met veel plezier deze tentoonstelling bezocht om te ervaren hoe een "wiskundig uitgangspunt" verwerkt is met behulp van een reeks van kleurnuanceringen. Je moet er de tijd voor nemen om te achterhalen hoe het nu eigenlijk in elkaar zit. en dan kun je constateren dat er met geduld zeer consequent gewerkt is. We hebben ook ervaren hoe je bij een tweede beschouwing van een bepaald werk op een totaal ander been wordt gezet: wat wil je eigenlijk zien? Hoe lopen de balken in elkaar over? Wij konden ons dus goed voorstellen dat, zoals een medewerkerster van het Mondriaanhuis zei: "de tentoonstelling vele mensen aanspreekt" . |
Informatie
Voor meer informatie zie de website van Monika Buch
![]() Hugo de Vrieslaan Watergraafsmeer Amsterdam Oost |
Na wat zoekwerk kwam ik erachter dat de staalplastiek aan de Hugo de Vrieslaan in
Amsterdam in 1989 door Henk van Bennekum is neergezet. In de staalplastiek zie ik een
aantal piramides in toenemende hoogte achter elkaar geplaatst. Doordat de hoogste piramide
iets in constructie afwijkt van de andere piramides krijg ik de indruk dat een
vanzelfsprekendheid wordt doorbroken . Ik zocht Henk van Bennekum in Giessendam op om te onderzoeken op welke wijze hij hier met de wiskunde in zijn werk was omgegaan. Hij was verbaasd zo'n vraag over zijn werk uit het verre verleden te horen. Volgens hem speelt wiskunde helemaal geen rol en hij houdt daar ook geen enkele rekening mee. Hij maakt driehoeken uit staalplaten en voegt die weer aan elkaar zodat er een kunstwerk ontstaat als in de Watergraafsmeer. Zijn doel bij dit kunstwerk is om een laan met verkeersstromen die naar een verstedelijking toegaat te symboliseren. Bij deze staalplastiek was hij uitgegaan van driehoeken zonder daarbij ook meer enigszins aan wiskunde te denken. In het algemeen maakt hij eerst een uitvoerige bouwtekening en wil dan vaak daarbij (herhalings)ritmes aanbrengen zoals die ook in de natuur (visgraten) voorkomen. Zo'n herhaling is onder andere in het kunstwerk in de Watergraafsmeer te zien. Hoewel hij zelf dus niet vanuit de wiskunde denkt en ook zegt wiskunde niet te gebruiken, maakt hij wel allerlei werken waarbij duidelijke geometrische vormen zoals een piramide (of cilinder bij ander werk) het uitgangpunt is. Een ander voorbeeld waarbij hij uitgaat van duidelijk strakke vlakken is het plein voor de Rijks Scholen Gemeenschap in Schoonhoven. Een citaat uit zijn documentatie: "Gecoat staalplaat van 7*4*2 meter bestaande uit een intrigerende schakeling van vier gelijke onderdelen. De dieppaarse kleur intensiveert de massaliteit; de strakke opwaartse gerichte lijnen de sterke dynamiek van het beeld". Een kunstwerk dat bekeken vanuit een andere richting een geheel andere indruk geeft, waarbij de kleur ook anders wordt. |
|
Voor hem is wiskunde geen aparte factor of uitgangspunt bij zijn werkzaamheden.
Ik meen echter te constateren dat bij het ontwerpen en vervaardigen van bouwtekeningen het zo terloops aan de orde komt.
Vooral als er duidelijk geometrische vormen als uitgangspunt worden genomen.
Dit komt dan weer terug in de beschrijvingen van kunstwerken, zoals (citaten uit zijn beschrijvingen):
"Boven een in de grond verankerde stenen driehoek verheft zich een driehoekige poort
waaruit een eveneens driehoekig scherm van water neerdaalt".
"De benen van de opstaande vorm zijn in driehoekige segmenten versneden en weer aaneen
gesmeed. Een ingreep die onwillekeurig tot een analyserend kijken uitdaagt".
"De bezoeker moet om het werk heen wandelen , puzzelend naar de logica van de gebroken
lijnen en al denkend de oorspronkelijke vorm reconstrueren. Enkele voorbeelden waarbij wiskunde in de naamgeving naar voren komt zijn: gevouwen vierkant in beeldenpark Drechtoevers; "Ruimte begrenzing" in Drulon in Frankrijk. Voor Henk van Bennekum is wiskunde niet belangrijk, hoewel een wiskundig georiënteerde geest wel degelijk wiskundige aspecten in zijn werk zou kunnen onderkennen. Voor de kunstenaar is belangrijk: "Het verhelderen van de structuur van de plek en het uitbouwen van de verbeeldingswaarde ervan voor het individu, staat daarbij voor hem voorop. Met de structuur van de plek duidt hij niet enkel op de daadwerkelijke opstelling van bouwwerken en straatmeubilair temidden van verkeersadres of groen, maar ook op de sociale, historische en functionele factoren die de plek zijn specifieke gebruikswaarde geven ..... Daarbij staan de ingrepen altijd in het teken van de versterking van de aanwezigheid van de plaats voor de mensen die er mee in aanraking zijn". Dit citaat slaat op het kunstwerk op het Raadhuisplein in Sassenheim, maar is zeker ook van toepassing op andere werken van zijn hand. Informatie: |
| Voor meer informatie zie de websitevan Henk van Bennekum |
... Wim van Dam - Onmogelijke figuren toch
in drie dimensies
Willem van Dam kreeg lang geleden het boek "Abenteuer mit unmögliche
Figuren" van Bruno Ernst in handen. Dat was voor hem een inspiratiebron en zo'n 15
jaar geleden besloot hij om op de één of andere wijze de 'onmogelijke driehoek' die
Roger Penrose in 1958 publiceerde, toch een driedimensionale gestalte te geven. Het werd
voor hem de uitdaging om toch iets uit te denken, met hout te ontwerpen en te maken dat
doet denken aan de onmogelijke driehoek van Penrose. Als bekroning voor deze pogingen
staat de driebalk in brons uitgevoerd in zijn woonplaats Sassenheim in het park
'Rusthoff'.
Er zijn ondertussen vele kunstwerken gemaakt; van twee kunstwerken zijn afbeeldingen aan
deze tekst toegevoegd.
Het eerste ontwerp is een gelijkzijdige driehoek die uit drie gelijke balken is opgebouwd.

En zoals je bij de Möbius ring twee keer moet rondgaan om weer op hetzelfde punt uit
te komen, dien je hier vier keer rond te gaan om weer op hetzelfde punt uit te komen.
Willem van Dam vertelt hoe hij het maakt: "De onderbalk met een vierkanten doorsnede
ligt op één ribbe (hoek) en is in die toestand op het horizontale vlak gebogen. Eerst
een kwart naar links dan terug een kwart naar rechts zodat de uiteinde haaks op elkaar in
het horizontale vlak uitkomen. De zijbalken zijn identiek en ze worden met een open
pen-en-gat verbinding met een zogenaamde duvel verbonden". Het was"een ingeving
voortkomend uit een meetkundig gevoel en een jarenlange ervaring in de jachtenbouw"
om deze balken voor de onmogelijke driehoek met behulp van een dunne lintzaag uit een veel
dikkere vurenhouten balk te zagen; een constructietekening is niet voorhanden.
We krijgen daarmee een driehoek zoals op de bijgevoegde afbeeldingen, waarbij moet worden
opgemerkt dat het een kwestie van "trekken en duwen" is om de balken tot een
driehoek aan elkaar te zetten. Het is onmogelijk om de drie gezaagde balken zomaar aan
elkaar vast te maken.
Het tweede ontwerp voor de onmogelijke driehoek is opgebouwd uit twee rijen van ieder vijf kubussen van hout die via dunne ijzeren stangen aan elkaar zijn gemaakt.

Deze twee rijen worden loodrecht op elkaar bevestigd (dus deze twee komen niet in
elkaars verlengde te liggen). De afbeelding met de zitbankjes (rechts) laat dat zien. De
derde rij van de vijf houten kubussen wordt als het ware in tweeën gesplitst en elk deel
wordt loodrecht bevestigd op het open einde van één van de reeds eerder gekoppelde
rijen. Ook dit is te zien op de afbeelding rechts.
De zo ontstane afstand tussen de twee gedeeltes is ongeveer drie meter. Bekijkt men dit
kunstwerk van een zekere afstand vanuit één bepaald observatiepunt, dan ontstaat de
suggestie dat de twee gedeelten toch één zijde van de driehoek vormen. Echter vanuit dat
bepaalde observatiepunt gezien is één kubus dan drie meter dichterbij dan de 'buurman'
kubus. Daarom zijn de groottes van de kubussen ongelijk om er voor te zorgen dat vanuit
het perspectief de kubussen in de driehoek wel even groot lijken en dat zo de suggestie
van de onmogelijk driehoek ontstaat. Van de voorste kubus werd een hoek afgenomen en
binnenwerks afgetimmerd, dit omdat anders de achterste kubus aan twee zijden zou worden
overlapt en daarmee het "onmogelijke effect" te niet zou doen.
Dit kunstobject dat van grenenhout is gemaakt, hangt nu in de Keukenhof te Lisse.
Blijkbaar is het in uitzonderlijke situaties toch mogelijk om de onmogelijkheid van de driehoek in de driedimensionale werkelijkheid mogelijk te laten worden. Je moet als kunstenaar maar op een gedachte komen en het weten uit te werken.
... Bertus Mulder over Een bijzonder object
De gemeente Utrecht bouwt de nieuwe wijk Leidsche Rijn, waar tachtigduizend mensen komen te wonen. Architecten ontwerpen voor deze wijk een aantal typen woningen die in groten getale gebouwd zullen worden.

Vanuit dit perspectief vroeg de gemeente Utrecht aan Stanley Brouwn
een idee voor een gebouw zonder binding aan een functie of een plek. Met Bertus
Mulder die het idee van Stanley Brouwn uitgewerkt en gebouwd heeft, zijn we
naar dat object gaan kijken.
Volgens Stanley Brouwn gaat een mens op twee wijzen met de ruimte waarin hij leeft om: hij
heeft er een "vaste plek" (thuis), dat zou je met een punt kunnen aanduiden.
Ofwel een mens beweegt in de ruimte en dat kun je voorstellen door een rechte lijn. Zijn
gebouw zou aldus bestaan uit twee rechte balken die kruislings op elkaar waren gelegd. Het
midden is de punt en de balken stellen de rechte lijnen voor. Verder gaf Stanley Brouwn de
volgende afmetingen voor de balken: de breedte is 12 maal de lengte van de voet van
Stanley Brouwn (=26 cm); de hoogte is ook 12 maal de lengte van de voet en de lengte van
de balk is 7 maal de hoogte (of breedte). Een balk is dus ook te zien als zeven kubussen
met een ribbe van 12 achter elkaar en als de balken kruislings op elkaar staan, dan staan
de vierde (de middelste) kubussen dus op elkaar.
Bertus Mulder heeft bovenstaande gedachte uiterst consequent uitgevoerd. Vanwege
bouwtechnische redenen moest hij de maat van "12 maal de lengte van de voet van
Stanley Brouwn" vervangen door 15 maal de lengte van de voet. En aangezien er nu
eenmaal geen vierkante platen voorhanden zijn van 390 bij 390 cm, heeft hij elk vierkant
van 390 bij 390 cm vervangen door negen vierkanten van 130 bij 130 cm. Om uitzetten van
het materiaal mogelijk te maken waren voegen tussen deze vierkante platen van 7 mm
noodzakelijk.
Bij het verder uitwerken van de plannen en het bouwen waren er allerlei speciale
voorzieningen nodig om er maar voor te zorgen dat het gebouw alleen en slechts alleen een
spel van lijnen en vlakken zou zijn. De regenpijpen dienden bijvoorbeeld aan het oog
onttrokken te worden.
Het is een bijzonder gebouw en we zouden niet eens weten of het nu zo'n aangename
woning zou zijn. Maar gezien de aanvragen is het zeker een bijzonder gebouw voor
tentoonstellingen, want velen willen daar hun kunstwerken exposeren.
En nu maar hopen dat op de landelijk dag van Ars et Mathesis Bertus Mulder nog eens alles
over dit bijzondere gebouw kan vertellen, waarbij hij dan zeker ook Rietveld aan de orde
zal laten komen.
Informatie
Adres: Hogeweide 3B te Utrecht, tegenover de Kruidenlaan in Parkwijk, Leidsche Rijn
en verder http://www.skor.nl/artefact-1409-nl.html
Naar aanleiding van haar interview over enkele kunstwerken op de Amsterdamse
televisiezender AT5 hebben we contact gezocht met Marijke de Goey. We werden door Marijke
de Goey in haar atelier in de Amsterdamse binnenstad ontvangen, waar we een globale indruk
van al haar werk kregen.
Wat ons bij de modellen van haar werk opviel, was dat haar kunstwerken zeer groot en
uitgestrekt kunnen zijn zoals de brug bij Dalfsen en het raadhuisplein te Leerdam. Maar
ook heeft zij kleine sieraden ontworpen, waar zij eens een oud-minister mee heeft getooid.
![]() |
Veel treinreizigers zullen een ontwerp van haar terug vinden in de vormgeving van de
bekleding in de nieuwe treinstellen van de Spoorwegen: zij gebruikt daarin een
"patroon" met vierkantjes. En daarmee komen we tot de constatering dat in haar
hele collectie van werkstukken het vierkant en de kubus een prominente plaats innemen.
(Meestal zijn de kubussen gemaakt van lichtgevende tl-buizen.) Zij herkende dan ook de vraag van welk belang voor haar de wiskunde is. Marijke de Goey gebruikt de kubus veel in haar werk omdat deze geometrische vorm haar een ruimtelijk perspectief geeft en je de kubus vanaf één punt niet in zijn geheel kunt zien. Zij vertelde dat zij op de middelbare school 'zeer goede cijfers' voor de wiskunde vakken behaalde en dat de wiskundeleraar haar verbeeldingkracht stimuleerde door haar veel over astronomie te vertellen. En mede door gebeurtenissen in haar leven kreeg de kubus een extra emotionele lading waardoor zij de kubus in haar werk vaak als uitgangspunt gebruikt. Zo ontstond bij Marijke de Goey een fascinatie voor de kubus: een voorwerp dat je nooit in één keer helemaal kunt zien en dat door zijn structuur een bescheidenheid en openheid suggereert. |
Je zou kunnen zeggen dat al haar werken dezelfde sterke uitstraling hebben ongeacht de schaal of het formaat. Veel mensen komen dagelijks met haar kunstwerken in aanraking. We noemden de brug bij Dalfsen en het raadhuisplein in Leerdam, maar ook De Stadspoort in de Amsterdamse wijk De Aker (zie foto) is ook een voorbeeld: een serie op elkaar gestapelde kubussen (ribbe ongeveer een meter), waardoor er een poort van zo 'n 15 meter hoogte ontstaat. En hier past het volgende citaat uit haar boek: 'Bij de creatie van een kunstwerk laat zij zich bijvoorbeeld inspireren door de omgeving: een koele-steriele omgeving verandert zij dan van sfeer door een schijnbaar chaotisch werk neer te zetten dat dan wel weer is opgebouwd uit kubussen.'
Veel meer informatie en ideeën zijn te vinden op haar website: www.marijkedegoey.com