Bruno's column  -  september 2002

[ vorige ] [ overzicht ] [ volgende ]

terug WAAR IS WAT?

Mijn vierjarige kleinzoon verraste me met Sinterklaas met een grote (A3) aquarel (hieronder, links).
WAT het precies voorstelde moest hij wèl even uitleggen.

De rode omheining is het huis van een lieveheersbeestje. Dat is ook prominent aanwezig: midden-boven een rode vlek met zwarte stippen. Maar zo'n beestje heeft natuurlijk een kop en die is er dan ook aan vast getekend. Verder zijn in het huis nog te vinden: twee bloemen (links boven), een muziekinstrument (de "trap" rechts), een kerstboom en de kerstman.
WAT de kleine schilder wilde weergeven, is alleen maar duidelijk door hem naar de betekenis te vragen.
En WAAR die dingen zich in de ruimte bevinden..., daarover geeft de afbeelding geen informatie.

bruno91.jpg (18804 bytes) bruno92.jpg (37206 bytes)

Ter vergelijking ziet U ernaast (hierboven, rechts) een prent van een hedendaagse kunstenaar: Kees de Waal.
WAT is weergegeven is gedetailleerd en volkomen duidelijk. Ook de titel van de prent, " Boy fishing for parents", is een korte samenvatting van het WAT.
Maar het WAAR is met opzet op geen enkele manier aangegeven. De prent is weliswaar niet zo zwevend chaotisch als de kleutertekening: over wat boven en onder of links en rechts is, bestaat geen twijfel, maar de derde dimensie is afwezig.

bruno93.jpg (33889 bytes)De wens om de omgeving zó af te beelden, dat de ruimtelijke relatie tussen alles wat afgebeeld is, duidelijk wordt, komt in verschillende culturen en tijden naar voren. Er werden meerdere verschillende oplossingen gevonden. De weg die in West-Europa werd ingeslagen, wordt rond 1400 duidelijk. We zullen dat illustreren aan een miniatuur uit een van de mooiste en bekendste getijdenboeken die uit die tijd bewaard zijn gebleven: Les très riches heures de Duc de Berry. Aan dit getijdenboek hebben verschillende kunstenaars in een periode van meer dan tien jaar gewerkt. Elk getijdenboek begon met een kalender waarin de vele heiligenfeesten waren opgenomen.
Het hier afgebeelde blad hoort bij de maand februari en het is waarschijnlijk in 1413 door Jean de Luxembourg geschilderd.
WAAR de mensen, dieren, gebouwen, etc. zich bevinden, is in de miniatuur volkomen duidelijk. De ruimte strekt zich uit vanaf de pikkende kraaien en het "bouwsel" waarin twee eenvoudige landlieden en een deftige dame hun kleren voor een vuur laten drogen ,tot de verre velden achter het kleine dorpje.
Het winterse tafereeltje is niet geschilderd volgens de klassieke perspectief; die moest nog uitgevonden worden. De dieptewerking is vooral verkregen door OVERLAPPING: alles was gedeeltelijk bedekt is door iets anders, ligt verder weg; en door VERKLEINING: hoe kleiner een zelfde (of vergelijkbaar) voorwerp is afgebeeld, des te verder is het van ons verwijderd.

Dit laatste is al behandeld door Euclides (300 v. Chr.) in zijn Optica, een geschrift over het zien.
Het is goed te zien, dat dit principe in de miniatuur niet helemaal correct is toegepast, maar dat doet weinig af aan de sterke ruimtelijke werking. Voor een correcte verkleining was het wiskundig doordenken van het probleem nodig. ARS had in dit geval behoefte aan MATHESIS. En die kwam te hulp. De tijd was rijp en rond 1425 kwamen de eerste "perspectivisch correcte" afbeeldingen. En nog eens tien jaar later verscheen de eerste wiskundige verhandeling daarover in Florence, geschreven door Alberti.

[ vorige ] [ overzicht ] [ volgende ]

terug