Bruno's column - december 2003
[ vorige ] [ overzicht ] [ volgende ]
Ja, de Amsterdamse dierentuin! Het is mij een raadsel hoe het Koninklijk Zoölogisch
Genootschap er in 1838 toe kwam om de naam van hun dierentuin te verbinden met de
klassieke spreuk NATURA ARTIS MAGISTRA (de natuur is de leermeesteres van de kunst ).
Wat hadden apen, tijgers en beren de kunst te leren?
De Amsterdammers braken daar hun hoofd niet over en noemden hun dierentuin (ook nu nog)
gewoon ARTIS, zoals de Rotterdammers hun dierentuin Blijdorp noemen.
De ware betekenis van de spreuk wordt fraai geïllustreerd door een verhaal dat Plinius
in zijn Naturalis Historia in de eerste eeuw na Christus vertelt. Hij heeft het over de
grote Griekse schilders uit de oudheid, waarvan ons helaas geen enkel werk bewaard is
gebleven.
Ik moest er aan denken toen ik dezer dagen een reclamefolder voor een geavanceerd
mobieltje onder ogen kreeg.
.jpg)
We laten Plinius aan het woord:
Het verhaal luidt dat Parrhasios en Zeuxis een wedstrijd hielden: Zeuxis kwam met een
schilderij dat druiven voorstelde, zo natuurgetrouw geschilderd dat de vogels erop
afkwamen. Parrhasios toonde toen een schilderij van een linnen doek, zo bedrieglijk
natuurlijk dat Zeuxis - nog vol trots over het oordeel van de vogels - eiste dat nu
eindelijk dat doek eens zou weggenomen worden en het schilderij getoond. Toen hij zijn
dwaling bemerkte, kende hij met oprechte schaamte de prijs aan de ander toe; hij immers
had vogels misleid, maar Parrhasios hem, een schilder!
De sterke nadruk op de natuurgetrouwheid van kunstwerken, die de antieken zo
bewonderden, heeft lang doorgewerkt. Het bleef de basis van de beeldende kunst, alle
stijlveranderingen ten spijt. Deze betroffen dikwijls alleen een verlegging van accenten
naar andere factoren die ook een belangtijke rol speelden in de beeldende kunsten zoals:
compositie, harmonie, kleurgebruik, expressie, etc.
Soms kwam het klassieke ideaal in alle hevigheid terug. Schilderen zodat als het ware de
ogen bedrogen werden: de waardering voor de Trompe -l'oeil.
![]() |
Claude Nicolas de la Croix: Trompe-l'oeil (1773) |
Pas laat in de 19-de eeuw probeerde men zich los te maken van alle naturalisme. De vraag "Wat stelt het voor?" was uit den boze. Het schildervlak moest een vlak blijven en een beeldhouwwerk een ruimtelijke constructie. En naast dat alles bleef het oude ideaal bestaan. Het werkte zelfs bevruchtend op de beeldende kunsten die zijn naturalistische afkomst niet kan verloochenen.
Door de geschiedenis van de westerse kunst loopt een dunne rode draad: de mathesis, de
wiskunde. Soms vormde deze een belangrijk weefsel van wederzijdse beïnvloeding. Dat was
zo in de tijd van de uitvinding van de perspectief; een machtige steun voor het
naturalisme en tegelijkertijd een startpunt van een prachtig stuk nieuwe wiskunde: de
projectieve meetkunde.
En wij proberen met Ars et Mathesis stukjes van deze rode draad op te sporen en er de
aandacht op te vestigen omdat het mooi en boeiend is.
[ vorige ] [ overzicht ] [ volgende ]