Na zoveel jaren
door F. van der Blij
Bij het
jubileum even terugblikken om daarna weer vooruit te zien: We willen omzien naar de
toekomst! Wat zal ik memoriseren uit het verleden? De tentoonstellingen in "Hedendaagse Kunst" in Utrecht onder leiding van Wouter Kotte? Ik denk aan de onmogelijke figuren met de fraaie catalogus "Het begoochelde oog" van Bruno Ernst en aan de "Chaos" tentoonstelling. Maar Hedendaagse Kunst is niet meer en daarna zijn de activiteiten van Ars et Mathesis meer geconcentreerd op de bijeenkomsten eens per jaar van de actieve leden en belangstellenden. Ik zou de lange lijst van deze bijeenkomsten kunnen doorlopen en de elk jaar weer spannende onderwerpen van de voordrachten rubriceren. Ik doe dat niet maar denk over de ieder jaar weer aanwezige nieuwe werkstukken die getoond en toegelicht werden. Van exposities met rondleidingen zijn de activiteiten geëvolueerd naar een werkgemeenschap van gelijkgestemden. Ik ga even in oude papieren zoeken en vind een locale Utrechtse krant van 5 november 1985 met een verhaal over het toen nog piepjonge Ars et Mathesis. De kop luidde: "Het is een bruisende stichting, als mensen gestimuleerd worden". Daar ging het dus om, elkaar stimuleren. Maar wie zijn die "elkaar"? Het gaat enerzijds om een groep kunstenaars met belangstelling voor en actief bezig met geometrisch abstracte kunst en anderzijds enkele wiskundigen met belangstelling voor de kunst. Wanneer ik nu kunst schrijf dachten we eerst aan verschillende kunsten, is niet de muziek één van de meest abstracte kunsten en heeft de muziek geen relatie met de wiskunde? Toch zijn de activiteiten geconcentreerd geraakt op de beeldende kunsten, twee- en drie-dimensionaal. Elektronische muziek, ballet als geometrische expressie, poëzie als abstracte concentratie van beelden in een soms mathematisch vast gelegde vorm kregen weinig aandacht. Maar natuurlijk werden wel de knopen, de ornamenten van zowel hedendaagse als Arabische en Keltische oorsprong aan de orde gesteld. De rol die de wiskunde in de literatuur kan spelen is ook aan de orde geweest, denken we maar aan de belangstelling van literatoren en kunstenaars voor het fenomeen van de "vierde dimensie"! Heeft architectuur voldoende aandacht gekregen? Maar de "Gulden Snede" is niet vergeten! En hoe nu verder? Een oud-voorzitter moet zich niet met de toekomst bemoeien! Een nieuwe generatie neemt het estafettestokje over en de vorige loper kijkt belangstellend toe en moedigt de opvolgers van harte aan. Natuurlijk moeten de bestaande activiteiten gestimuleerd worden en de zo succesvolle jaarlijkse dagen doorgaan. Maar ik zou ook aandacht willen blijven vragen voor zaken die wiskundigen en kunstenaars elkaar aandragen. Roepen ze beiden niet van tijd tot tijd uit "Wat is dat mooi, wat is dat boeiend!" Dan is iets verrassends ontdekt, iets wat verbaast en aan het denken zet. Margaret Leiteritz, leerlinge van Klee en Kandinski aan het Bauhaus, werd getroffen door de grafieken in natuur- en scheikundeboeken die de wiskundige expressie zijn van natuurwetten. Zij gebruikte deze vormen onder de titel "Gemalte Diagramme" om schitterende vlakvullingen en kleurschakeringen te componeren; Ars et Mathesis. De "Mathematical Impressions" van Anatolii T. Fomenko, uitgegeven door de American Mathematical Society, zijn een ander voorbeeld van Ars et Mathesis, maar hier in een persoon verbonden. De wiskunde is van meer gespecialiseerd niveau en de relatie tussen de begeleidende tekst en het gereproduceerde kunstwerk vraagt wel enige wiskundige kennis. Kan ik Ars et Mathesis een geschenk aanbieden op deze verjaardag? Of zal ik het maar
bij goede wensen voor de toekomst houden? Ik kan het niet laten nog even op een
persoonlijk verlangen terug te komen. Enkele jaren geleden heb ik geprobeerd wat onderzoek
te doen dat zou kunnen leiden tot een expositie van Kinetische Kunst. Sinds de
tentoonstelling "Bewogen Beweging" in het Stedelijk Museum is er dacht ik wel
weer een mogelijkheid om dit thema opnieuw aan de orde te stellen. Mijn pogingen hebben
toen geen succes gehad, daarom neem ik de draad nu maar weer eens op. |
Dit
artikel is overgenomen uit Arthesis, jaargang 17, nummer 2