Over schoonheid

door J.A.F. de Rijk

            

Eigenlijk was ik van plan U te verrassen met iets heel merkwaardigs over Pythagoreïsche getallen, maar toen ik mijn aantekeningen wilde uittypen kwam ik op heel iets anders. Wellicht vraagt U zich na lezing af: "wat had dat nu te maken met Ars et Mathesis?" Zonder pogingen te doen om min of meer kunstmatig het verband te leggen waag ik het er op U twee gedachten voor te leggen, die bij U misschien een reactie uitlokken, in ieder geval... die U even aan het denken zetten.

Vorig jaar lag ik na een operatie in het ziekenhuis. Geen zin om te lezen, geen goede gedachten om te koesteren..., gewoon vervelend. Er moest toch iets in mijn hoofd zitten, dat mij in een gelukkiger stemming zou brengen!
Ik besloot uit mijn geheugen het mooiste schilderij naar voren te halen om daarvan te genieten. Dat werd een miniatuur uit een middeleeuws getijdenboek, dat ik goed ken en waarover ik vijf verschillende boeken in mijn bezit heb: Les tres riches heures du Duc de Berry.
Ik koos de miniatuur bij de maand februari: eerst de dartelend pikkende kouwen op het omheinde, besneeuwde erfje.DeBerry FebruariHet opengewerkte huisje met de drie mensen die zich voor het vuur zitten te warmen..., het lukte niet. Waar ik anders zo gemakkelijk door werd ontroerd, kon mij niet boeien. Het bleef buiten mij en deed me niets, hoe levendig ik me het ook voor de geest haalde.

Toen kwam vanzelf wat anders: een groot blad tekenpapier, zo’n 50 x 60 cm. Een wit blad met een korrelige structuur als van handgeschept papier. Op dat blad was in het midden, van boven naar onder, een lijn getrokken met zwarte inkt. Niet kaarsrecht als met een liniaal, maar licht beweeglijk, alsof de lijn langzaam en zorgvuldig door iemand uit de hand getekend was. Het was geruststellend en tegelijk fascinerend en het bekijken van deze levendige lijn op wit papier hield mij lang bezig. Keek ik naar een kunstwerk? Waarom werd ik zo geboeid door een zwarte lijn uit de losse hand getekend, zoals Oscar Reutersvärd de rechte lijnen voor zijn onmogelijke figuren tekent? Een rechte lijn, zwart op wit, maar verlevendigd door de vrij en doelbewust bewegende menselijke hand.

Ik houd van beeldhouwkunst, van driedimensionale vormen. In Utrecht op de Oude Gracht, is een galerie die altijd een uitgebreide collectie beeldhouwwerk toont van zeer realistisch tot abstract. Het prettige is, dat men de collectie zeer frequent vernieuwt, zodat je minstens eens in de twee weken een bezoek moet brengen om niets te missen. Er zijn allerlei facetten die boeien. Zo zijn er realistische bronzen, die je laten lachen. Ik herinner me een klein varkentje, dat uitbundig vrolijk op zijn pootjes stond met het kopje naar me opgeheven alsof het met zijn hele lijf uitnodigde tot blijdschap. Maar ook de abstracte volumes kunnen me in verrukking brengen door hun bezielde schoonheid. Wat ik er dan zo mooi aan vind is niet zo gemakkelijk te beschrijven als bij het lachende varken. schoonheid bol.tif (141597 bytes)

Maar als mij gevraagd wordt, wat ik het boeiendste, nooit teleurstellende en altijd interessante ruimtelijke beeld vind, dan komt altijd weer de volmaakte bol op de eerste plaats. Thuis hebben we vele bollen, grote en kleine van allerlei materiaal: hout, bergkristal, sterrozenkwarts, obsidiaan...... Als het technisch mogelijk is en ik had het geld ervoor, zou ik mijn ideale beeldhouwwerk laten maken en op een ideaal plein in een ideale rustige stad laten plaatsen. Dit zou een volmaakt gepolijste bol van graniet zijn met een middellijn van minimaal tien meter. Zoiets prachtigs kan ik me helaas alleen maar voorstellen... het zou een wereldwonder zijn.

Dus toch iets voor Ars et Mathesis: de schoonheid van de levende rechte lijn en de glorie van de perfecte bol.

            

terug Dit artikel is geplaatst in Arthesis jaargang 12.