In memoriam OSCAR REUTERSVÄRD (1915-2002)

door Hans de Rijk

           reutersv.jpg (9257 bytes)

Sinds ik Oscar Reutersvärd heb leren kennen (begin jaren '80) heeft hij me vier keer bezocht en wisselden we enige honderden brieven. Zijn laatste brief is gedateerd 3 april 2001. Hier volgt een passage daaruit:
'Sedert enige weken ben ik ijverig, productief en innovatief. Maar bovenal ben ik op het spoor van een totaal nieuw type onmogelijke figuren. Ik zie het duidelijk in mijn verbeelding. Het vlecht het nabije en het veraf gelegene op een o-verweldigende manier ineen. Ik hoop deze vondst te kunnen uitvoeren. Ik heb al een hele serie probeersels en mislukkingen achter de rug, maar nog geen bevredigend resultaat bereikt. Als het slaagt, zal ik misschien in staat zijn een binnenstebuiten gekeerde Eiffeltoren te tekenen.'
Reutersvärd was toen 86 jaar 'jong'.
Ik schreef hem nog vier brieven, die hij niet beantwoordde; heel ongewoon voor hem.
In het begin van dit jaar kreeg ik een brief van zijn zoon Pontus, waarin hij de dood van zijn vader op 6 februari 2002 meldde. Ook werd diens stilzwijgen duidelijk: zijn vrouw Britt, een bekende schilderes, was in augustus 2001 gestorven en daarna was elke wil om verder te leven uit hem verdwenen. Hij raakte in een diepe depressie en stierf aan een hartaanval.

Reutersvärd was professor in de kunstgeschiedenis en een buitengewoon veelzijdig kunstenaar. In verschillende Zweedse steden vinden we op openbare pleinen abstracte kunstwerken van hem; in 1983 ontwierp hij voor de Zweedse posterijen een serie van drie zegels met onmogelijke figuren. Hij interesseerde zich voor de verspreiding van bepaalde typen doopvonten in de Scandinavische landen en in Noord-Duitsland. Hij ontwierp talloze vernuftige doolhoven, een onderwerp waarvoor in ons land nauwelijks belangstelling bestaat, maar in Zweden des te meer.
Wij kennen hem vooral als de uitvinder van onmogelijke figuren.
 
Hij beschrijft zijn vondst zelf als volgt:
'Op de middelbare school, tijdens de Latijnse les, maakte ik tekeningetjes in de marge van mijn grammaticaboek. Ik probeerde uit de hand zo nauwkeurig mogelijk sterren te tekenen met 4, 5, 6, 7 en 8 punten. Op een dag te-kende ik een zespuntige ster waaraan zes kubussen vastzaten; dat was een vreemd gezicht. Ik voegde nog drie kubussen eraan toe om een driehoekige vorm te krijgen. Dat dit een paradoxale figuur opleverde had ik meteen door.'
 
Onmogelijke figuren verzinnen werd van toen af een hobby. Toen hij zijn eerste onmogelijke driebalk (samengesteld uit kubussen) gevonden had bleef hij niet alleen daarop voortborduren, maar vond hij ook bijna alle nu bekende prototypen van onmogelijke figuren: de eindeloze trappen, de duivelsvork, de meervoudige vlakken enzovoort. Pas veel later werden deze typen ook door anderen gevonden, die er echter nauwelijks iets mee deden.
Het aantal prenten dat Reutersvärd tekende loopt in de duizenden. Zijn onmogelijke figuren zijn abstract en nooit verpakt in realistische scènes. Maar het zijn fraaie, grafisch uitgebalanceerde prenten. Ze zijn uit de vrije hand getekend. Er kwam geen liniaal aan te pas. Hij gebruikte meestal Japans papier of een tekenpapier met een grove oppervlakte waardoor de lijnen de voor hem zo karakteristieke levendigheid krijgen.

Als mens was Reutersvärd een vriendelijke en innemende man. Voor mij en voor velen een royale en goede vriend; iemand die je erg mist nu hij er niet meer is.

          

terug Dit artikel is overgenomen uit Arthesis, jaargang 16, 1&2