Het pentagon als tempel

door Albert van der Schoot

          

In Europa is de kruisvorm de meest gangbare vorm voor de traditionele kerkenbouw. De redenen daarvoor spreken voor zich: in verband met zijn kruisiging en wederopstanding spreekt Christus zelf van de herbouw van een tempel, en al in de voorchristelijke literatuur, bij Vitruvius, wordt het (kruisvormige) lichaam als model genoemd waar de architect zich bij de tempelbouw op dient te oriënteren. In de vensters van zulke kerken is regelmatig een pentagon of pentagram verwerkt. De Obrechtkerk is een voorbeeld uit onze eigen hoofdstad, internationaal bekendere voorbeelden zijn onder andere te vinden in Rouen, Amiens en Bamberg.
Maar bestaan er ook kerken met een pentagon als grondvlak?

In het Vijfde Architectuurboek van Sebastiano Serlio (1547) geeft deze Italiaanse architect twaalf grondvormen voor de kerkenbouw. Naast rechthoekige, ronde, hexagonale en octogonale vormen treffen we daar ook een pentagon bij aan. Maar hoewel deze vorm wel eens is terug te vinden in het grondplan van een landhuis of kasteel heeft het pentagon bij mijn weten nooit gediend als fundament voor een Renaissance-kerk; ook Serlio heeft dit plan nooit gematerialiseerd.

Het enige mij bekende Europese voorbeeld van een pentagonale tempel is de kerk die tussen 1719 en 1722 door Santini Aichel gebouwd is in het Moravische Zdár nad Sázavou. Deze kerk, die gewijd is aan Johannes Nepomucenus (Jan Nepomucky, ± 1350-1393, de in 1729 heilig verklaarde schutspatroon van de biechtvaders), ligt binnen een decagonale omheining met vijf poorten, waarin vijf kleinere pentagons zijn opgenomen. De kerk zelf is zuiver pentagonaal en wordt bekroond door een koepel die aan vijf zijden wordt ondersteund (zie ook Naschrift). tempel1.gif (23604 bytes)

Deze vorm is even uitzonderlijk als een driehoekige kerk (op de grens van Tsjechië en Duitsland ligt een driehoekige kerk, die gewijd is aan het mysterie van de Drie-eenheid).

Of niet ook ’s werelds bekendste architectonische pentagon, het Pentagon-met-een-hoofdletter, als een tempel te beschouwen is – daar valt over te twisten. Het ontbreekt zeker niet aan gelovigen die hun heilsverwachting op de rituelen in dit gebouw gevestigd hebben. tempel2.tif (9149 bytes)

De meest verrassende verzameling sacrale vijfhoeken is echter te vinden in een heel ander deel van de wereld: in Pagan, de oude hoofdstad van Birma uit de bloeitijd van het Birmaanse koninkrijk. Ook hier is het pentagon niet de normale vorm; de meeste tempels van Pagan, voornamelijk daterend uit de twaalfde en dertiende eeuw, zijn rechthoekig. Een aantal heeft een achthoekige vorm, die van de rechthoek is afgeleid. Maar van de meer dan 2000 sacrale monumenten van Pagan zijn er toch nog 16 die bekend staan als nga-myet-hna (vijfzijdig). Datzelfde geldt ook voor de Shinbin Nga-Man-aung -tempel bij Salé, op 50 km afstand van Pagan. De meeste tempels hebben een doorsnee van 10 tot 20 meter, en alle zijn ze iets verschillend van bouw. De meeste hebben een interne corridor, die ofwel hoger, ofwel lager is dan de vijf ingangen:

tempel3.tif (21758 bytes)

Waarom staan hier vijftien tempels en twee stoepa’s (tempelheuvels) in de vorm van een pentagon? Die vraag is wellicht met enige kennis van het boeddhisme te beantwoorden. Prins Siddhattha Gotama (± 560-± 480 v. Chr.), de grondlegger van het boeddhisme die als ‘de Boeddha [= de verlichte]’ bekend is geworden, is niet de enige boeddha uit de boeddhistische geloofsleer. Gewoonlijk wordt het bestaan (of het mogelijk bestaan) van meerdere boeddha’s aangenomen, maar het juiste aantal is een twistpunt tussen de verschillende boeddhistische scholen, evenals de vraag of er meerdere boeddha’s tegelijk kunnen bestaan. De oudste bronnen noemen in totaal zes voorgangers van de bekende boeddha; volgens een latere traditie stammen drie daarvan uit een vorige kosmische periode, en zullen in de huidige kalpa (tijdscyclus) vijf boeddha’s het licht zien. De eerste drie, Kakusandha, Konagamana, en Kassapa, leefden lang voor prins Gotama, en de vijfde is de nog verwachte boeddha Metteyya (wiens naam meer bekend is in de Sanskrietspelling Maitreya). Uit vroegere omwentelingen van de tijd worden door verschillende scholen 21 of 24 eerdere boeddha’s bij name genoemd. Ook in diverse reliëfafbeeldingen in Pagan is de hele reeks van 28 boeddha’s terug te vinden: de 24 uit eerdere tijdperken en de vier die in onze eigen cyclus geleefd hebben. Wanneer ook Metteyya op dergelijke afbeeldingen te vinden is, dan in de gedaante van bodhisattva, een heilige die zich wel op de verlichting voorbereidt, maar deze nog niet heeft bereikt (of bewust uitstelt om zich eerst op aarde nog verdienstelijk te maken).

Sommige onderzoekers menen nu dat in de verwachte verlichting van Metteyya de achtergrond moet worden gezocht van de pentagonale architectuur van Pagan: voor elk van de vijf boeddha’s van onze tijdscyclus zou dan een tempelwand beschikbaar zijn. Een factor die het moeilijk maakt om deze hypothese te bevestigen is dat de tempels van Pagan verwoest zijn (onder andere door aardbevingen), en bovendien geplunderd. Dat tegen elke wand een beeld heeft gestaan is wel te zien, maar er is geen enkele vijfhoekige tempel waarin alle vijf beelden nog intact zijn, zodat uit de vorm en de ornamenten ondubbelzinnig zou kunnen worden vastgesteld dat het hier inderdaad gaat om afbeeldingen van Kakusandha, Konagamana, Kassapa, Gotama en Metteyya. Zo zou laatstgenoemde iconografisch herkenbaar kunnen zijn geweest aan een afbeelding van een stoepa in zijn diadeem.

Uit de meeste restanten blijkt niet dat de beelden verschillend van vorm zijn geweest. Nu hoeft dat op zich niet te betekenen dat ze niet de vijf genoemde boeddha’s zouden representeren, maar vanuit de iconografie is er een argument dat daar tegen pleit: het ligt niet voor de hand dat een nog niet tot verlichting gekomen bodhisattva in dezelfde houding wordt afgebeeld als de reeds verlichte boeddha’s. Die houding is de bhumisparsamudra, waarbij met de rechterhand de aarde wordt aangeraakt. Met dit gebaar wordt de aarde tot getuige aangeroepen van de levens die de toekomstige boeddha hier heeft geleid, en waarin hij zich waardig heeft getoond om de verlichting te bereiken. Daar staat weer tegenover dat er in Pagan ook een votieftafel is gevonden waarop vijf boeddha’s alle in deze houding zijn afgebeeld; het iconografisch tegenargument is dus kennelijk niet doorslaggevend.

De inscripties in de muren van de zeventien pentagonale gebouwen bieden niet veel opheldering op dit punt. Alleen op de Dhamma-yazika, een van de vijfhoekige stoepa’s en tevens het grootste van de zeventien gebouwen, refereert een opschrift aan de vijf boeddha’s van ons tijdsgewricht, maar zonder dat er enige nadruk op dit vijftal valt.

Andere inscripties, waarin de vijf boeddha’s soms ook bij name worden genoemd, zijn te vinden in tempels die zelf rechthoekig van vorm zijn. De koppeling tussen de nog verwachte Metteyya en de pentagonale bouw wordt in deze teksten uit de twaalfde en dertiende eeuw dus niet met zoveel woorden gemaakt en blijft een voor de hand liggende, maar onbevestigde hypothese.

Hieronder staat het grondplan van drie van de tempels op de vlakte van Pagan.

tempel4.tif (13534 bytes)

In de (weinige) pentagonale tempels uit de latere geschiedenis van Birma vinden we opnieuw de vijf identieke boeddha’s. Maar bij een recent monument in Rangoon, een cilindervormig gebouw met vijf deuren uit 1952, staan ook vijf namen genoemd: Dipankara (een van de bekendste boeddha’s van voor onze tijdscyclus), Kakusandha, Konagamana, Kassapa en Gotama. Boven de beelden worden de namen van alle 28 boeddha’s van Dipankara tot en met Gotama vermeld. Pichard merkt daarover op (p. 51):

‘Thus Metteyya has disappeared and is replaced by Dipankara, whose sudden arrival amongst the Buddhas of our era is an aberration: it is clear here that the form preceded its symbolic exploitation, which consisted simply in citing the five best known Buddhas. The pentagonal plan serves only to mark the monument with a distinctive trait of Burmese architecture.’

Pichard suggereert hier dat de vijfhoekige vorm een eigen leven is gaan leiden, die als architectonische (en niet als religieuze) gestalte zou worden herkend als eigen aan het nationale erfgoed. Het is echter niet duidelijk hoe hij deze suggestie kan rijmen met zijn eerdere opmerking (p. 2) dat die vorm door de huidige inwoners van Birma als eerbetoon aan de vijf boeddha’s van onze kalpa zou worden opgevat.

Wanneer op een gebied van enkele vierkante kilometers een paar duizend tempels zijn te vinden, zoals op de tempelvlakte van Pagan, dan ligt de vraag naar de ordening van het geheel van die ruimte voor de hand. Zijn de tempels gewijde plekken die telkens op korte afstand van elkaar de homogeniteit van de ruimte doorbreken, of is de tempelvlakte ook in haar geheel een sacrale ruimte, en moet de plaats waar de tempels staan vanuit die ruimte worden gedacht?

De Russische architectuurhistoricus Serge Ozhegov verwerpt de mogelijkheid van een toevallige ordening van de tempels; hij wijst ook de inheemse legende van de hand, die vertelt dat de situering van een aantal van die tempels werd bepaald door de plaatsen waar een witte olifant zou hebben geknield. Hoe is de ruimte dan wel gestructureerd?

tempel5.tif (23083 bytes)

Ozhegov constateert dat een aantal van de belangrijkste tempels telkens in groepjes van drie op een rechte lijn liggen, en hij interpreteert de onderlinge afstanden van die drie tempels als verhoudingen volgens de gulden snede of afgeleiden daarvan. In feite weet hij echter de guldensnedeverhouding zelf maar één keer aan te wijzen (lees AF/FB waar in de figuur staat AE/FB), en worden de andere afstanden met veel kunstgrepen tot functies van phi herleid.

Zo worden ook dertiende eeuwse Aziatische tempelbouwers met terugwerkende kracht het slachtoffer van een door de Duitse Romantiek geschapen mythe. Ozhegovs gegoochel met de afstanden op de tempelvlakte levert een nieuwe bevestiging van de stelling uit De ontstelling van Pythagoras: als een onderzoeker er zijn zinnen op gezet heeft om aan te tonen dat een bepaalde structuur gebaseerd is op de gulden snede, dan zal hem dat ook lukken.

Dat beeld van die knielende olifant – dat vind ik eigenlijk wel goed getroffen.


          
terug.
Naschrift
zdar_temple.jpg (9587 bytes) Over de pentagonale tempel in Zdár nad Sázavou (Zelena Hora) is toeristische informatie in het Engels te vinden op:
http://fmv.vse.cz/cz/castles/zel-hora.htm
en
http://www.zamekzdar.cz/aj/a_zelhora.html.

terug Dit artikel is geplaatst in Arthesis jaargang 13.